Welke juridische criteria bepalen of er sprake is van onbehoorlijk bestuur?

Juridische kaders voor beoordelen van onbehoorlijk bestuur

Bestuurders hebben een cruciale rol binnen een organisatie en moeten zorgvuldig handelen. Maar wat gebeurt er als een bestuurder tekortschiet? Het fenomeen onbehoorlijk bestuur wordt in juridische kringen intensief besproken. Laten we duiken in de juridische normen die bepalen of er sprake is van onbehoorlijk bestuur.

Wanneer komt de redelijkheid van de bestuurder in het geding?

Het centrale criterium voor onbehoorlijk bestuur is volgens het Staleman/Van de Ven-criterium. Dit komt neer op de vraag of een bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Wanneer een redelijk denkend bestuurder in dezelfde situatie anders zou handelen, kan er sprake zijn van onbehoorlijk bestuur. Maar hoe bepaal je dat?

Risicovol gedrag en verwaarlozing: de gebruikelijke verdachten

Bestuurders worden vaak tegen het licht gehouden op basis van hun financiële beslissingen. Het nemen van onverantwoorde financiële risico’s en het verwaarlozen van de administratie zijn belangrijke factoren in de beoordeling. Als een bestuurder verplichtingen aangaat terwijl hij weet dat de vennootschap deze niet kan nakomen, wordt dit zwaar aangerekend. Meer hierover lees je op deze pagina.

Faillissement: de verhoogde lat voor bestuurders

In situaties van faillissement worden bestuurders aan strengere normen gehouden. De wet, artikel 2:248 BW, verscherpt de toetsing op het moment dat er sprake is van schending van de administratie- of publicatieplicht. Dit betekent dat besturen niet alleen moeten zorgen voor goede financiële kennis, maar ook voor een perfecte administratie.

Conclusie

Onbehoorlijk bestuur is een complex en gelaagd fenomeen. Door deze juridische criteria te begrijpen, kunnen bestuurders scherp blijven en risico’s vermijden die hun positie en die van de organisatie kunnen schaden. Heb je nog vragen of wil je meer weten? Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen via onze e-mail.

Veelgestelde vragen

Wat is het Staleman/Van de Ven-criterium?

Dit criterium wordt gebruikt om te beoordelen of een bestuurder onbehoorlijk heeft gehandeld door te kijken of geen redelijk denkend bestuurder zo zou handelen.

Welke risico’s moeten bestuurders vermijden?

Bestuurders moeten vermijden onverantwoorde financiële risico’s en moeten zorgen voor een goede administratie.

Wat houdt artikel 2:248 BW in?

Dit artikel verscherpt de toetsing bij onverantwoord bestuur in faillissementssituaties, vooral bij schending van de administratie- of publicatieplicht.

Wil je dit artikel offline lezen? Klik dan op onze PDF brochure.

One Response

  1. 1. Schending van de zorgplicht en redelijkheid
    Bestuurders moeten handelen naar het belang van de vennootschap en met de zorg die van een redelijk bekwaam bestuurder mag worden verwacht.
    Slecht management is op zich niet onbehoorlijk, maar grof nalatig of roekeloos handelen kan dat wel zijn.
    Voorbeelden:
    Geen toezicht houden op financiële situatie bij dreigend faillissement
    Onvoldoende interne controle of administratie
    2. Timing van handelen
    Er wordt gekeken of bestuurders tijdig actie hebben ondernomen bij dreigende betalingsproblemen of faillissement.
    Uitstel van noodzakelijke maatregelen kan onbehoorlijk zijn, vooral bij duidelijke signalen van insolventie.
    Praktijkvoorbeeld:
    Wachten tot een externe schuldeiser ingrijpt voordat actie wordt ondernomen
    3. Benadeling van schuldeisers
    Kerncriterium bij faillissement is of bestuurders schuldeisers onnodig benadelen.
    Bijvoorbeeld: selectieve betalingen, activa wegsluizen, of bevoordelen van gelieerde partijen vlak voor faillissement.
    4. Administratieve nalatigheid
    Bestuurders moeten de boekhouding deugdelijk bijhouden (art. 2:10 BW).
    Opzettelijk verzwijgen of manipuleren van financiële informatie kan als onbehoorlijk bestuur gelden.
    5. Persoonlijke belangen vs. vennootschapsbelang
    Belangenverstrengeling kan leiden tot onbehoorlijk bestuur als persoonlijke belangen voorop worden gesteld.
    Bijvoorbeeld: privé-investeringen financieren ten koste van de vennootschap.
    6. Wetgeving en statutaire verplichtingen
    Schending van specifieke wettelijke verplichtingen kan een indicatie zijn voor onbehoorlijk bestuur, zoals:
    Niet aanvragen faillissement bij betalingsonmacht (art. 1 Faillissementswet)
    Niet melden bij de Belastingdienst bij betalingsonmacht

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deel:

Meer Berichten

Word lid van de Insolventie Academy

Klaar om in actie te komen?
Boek je gratis intake!

Vrijblijvende videocall afspraak

30 min gratis