SeQuestor bij een onderneming in zwaar weer: wanneer adviseren niet meer voldoende is

Een onderneming raakt zelden van de ene op de andere dag in een crisis. Meestal begint het veel eerder.

De liquiditeitsruimte wordt kleiner. Betalingstermijnen lopen op. Een belangrijke klant valt weg of marges staan al maanden onder druk. De bank stelt meer vragen. Leveranciers worden terughoudender. Investeringen worden uitgesteld en het management besteedt steeds meer tijd aan acute problemen.

Op papier functioneert de onderneming nog. Bestuurlijk is er ondertussen iets veranderd: beslissingen die vroeger vooral commercieel of operationeel waren, krijgen steeds nadrukkelijker een financieel en juridisch karakter.

Juist in die fase kan een onderneming behoefte krijgen aan een andere vorm van bestuur.

Een SeQuestor kan daarbij worden ingezet als onafhankelijk crisisbestuurder, toezichthouder, vereffenaar of – afhankelijk van de gekozen juridische structuur – tijdelijk statutair bestuurder. Het interessante aan die rol zit niet in de functienaam. Het zit in het verschil tussen iemand die naast het bestuur adviseert en iemand die daadwerkelijk verantwoordelijkheid draagt voor de besluiten die in een crisissituatie moeten worden genomen.

Dat verschil is wezenlijk.

Een onderneming in zwaar weer vraagt om een ander soort besluitvorming

In een gezonde onderneming is er doorgaans tijd om strategieën te ontwikkelen, investeringen af te wegen en verschillende scenario’s rustig door te rekenen.

Bij een onderneming in zwaar weer verandert de tijdshorizon.

De vraag is niet alleen meer welke strategie over drie jaar het aantrekkelijkst is. Eerst moet duidelijk worden of de onderneming over drie maanden nog aan haar verplichtingen kan voldoen.

Dat betekent dat het bestuur veel scherper zicht moet krijgen op de actuele liquiditeitspositie. Welke betalingen komen eraan? Welke ontvangsten zijn werkelijk zeker? Welke financieringsruimte is nog beschikbaar? Welke activiteiten leveren geld op en welke onderdelen verbranden juist structureel cash?

Voor bestuurders is juist die omschakeling ingewikkeld.

Dezelfde mensen die een onderneming hebben opgebouwd, moeten soms besluiten nemen die haaks staan op eerdere ambities. Een verliesgevend bedrijfsonderdeel sluiten. Een investering stopzetten. Personeel reorganiseren. Met financiers opnieuw onderhandelen. Een aandeelhouder teleurstellen. Of erkennen dat een bestaande strategie niet langer houdbaar is.

Daar komt bij dat financiële problemen meestal niet geïsoleerd optreden. Zodra de liquiditeit verslechtert, neemt de druk van verschillende stakeholders tegelijk toe.

Een onderneming krijgt dan niet één probleem, maar meerdere problemen die elkaar versterken.

De eerste opgave is niet herstructureren, maar stabiliseren

Bij bedrijfsherstructurering wordt vaak direct gedacht aan schulden saneren, reorganiseren of nieuwe financiering aantrekken.

Daar gaat in de praktijk nog een stap aan vooraf: stabilisatie.

Zolang een onderneming niet precies weet hoeveel liquiditeit beschikbaar is en welke verplichtingen op korte termijn moeten worden voldaan, is vrijwel iedere strategische beslissing gebaseerd op onzekerheid.

Een bestuur in crisis zal daarom eerst een betrouwbaar financieel beeld moeten creëren.

Niet alleen een jaarrekening of begroting, maar een actuele liquiditeitsprognose waarin zichtbaar wordt wat er de komende weken en maanden daadwerkelijk binnenkomt en uitgaat. In de herstructureringspraktijk zijn daarnaast meerdere scenario’s van belang. Wat gebeurt er wanneer een verwachte betaling twee weken later binnenkomt? Wat als omzet nog eens tien procent terugloopt? Wat als een leverancier alleen nog tegen vooruitbetaling wil leveren?

Juist ondernemingen in zwaar weer moeten minder op optimistische aannames en meer op scenario’s sturen.

Ook juridisch wordt documentatie belangrijker. Besluiten, prognoses, risicoanalyses en de redenen voor ingrijpende keuzes moeten zorgvuldig worden vastgelegd. In juridische vakliteratuur over ondernemingen in financieel zwaar weer wordt daarom nadrukkelijk gewezen op actuele managementinformatie, liquiditeitsprognoses, noodscenario’s en gedocumenteerde besluitvorming.

Een crisisbestuurder begint daarom niet met grote woorden over een turnaround.

Hij begint met cijfers.

Waarom een externe adviseur niet altijd voldoende is

Veel ondernemingen schakelen bij financiële problemen externe specialisten in. Dat kan verstandig zijn. Een advocaat kan de juridische positie beoordelen, een accountant kan financiële scenario’s uitwerken en een herstructureringsspecialist kan onderhandelingen begeleiden.

Maar een adviseur blijft een adviseur.

Het zittende bestuur besluit uiteindelijk zelf of aanbevelingen worden uitgevoerd.

Dat onderscheid wordt belangrijk wanneer het probleem niet alleen bestaat uit gebrek aan deskundigheid, maar ook uit gebrek aan bestuurlijke slagkracht.

Er kunnen bijvoorbeeld conflicten binnen het bestuur of tussen aandeelhouders bestaan. Besluiten worden vooruitgeschoven. Niemand wil verantwoordelijkheid nemen voor impopulaire maatregelen. Het management is emotioneel sterk betrokken bij bepaalde bedrijfsonderdelen. Of financiers hebben onvoldoende vertrouwen dat het bestaande bestuur een herstelplan daadwerkelijk kan uitvoeren.

In zulke situaties kan onafhankelijk interim bestuur of crisisbestuur een andere functie vervullen.

Een SeQuestor kan, wanneer de juridische inrichting daarvoor wordt gekozen, niet alleen onderzoeken en adviseren maar daadwerkelijk bestuurlijke verantwoordelijkheid krijgen.

Dat brengt echter ook verplichtingen met zich mee.

Statutair bestuurder betekent echte verantwoordelijkheid

De term SeQuestor vormt op zichzelf geen afzonderlijke wettelijke bestuurstitel met een eigen pakket bevoegdheden.

Wanneer een SeQuestor als statutair bestuurder van bijvoorbeeld een besloten vennootschap wordt benoemd, volgen zijn bevoegdheden en verantwoordelijkheden uit die formele bestuurspositie, de statuten en het ondernemingsrecht.

Volgens artikel 2:239 BW is het bestuur belast met het besturen van de vennootschap. Daarbij moeten bestuurders zich richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.

Dat laatste is belangrijk.

Een crisisbestuurder wordt dus niet simpelweg de uitvoerder van de wensen van degene die zijn benoeming heeft geïnitieerd.

Een aandeelhouder kan vooral geïnteresseerd zijn in behoud van zijn investering. Een bank wil haar financiering beschermen. Een leverancier wil betaald worden. Werknemers willen hun arbeidsplaats behouden.

Die belangen kunnen in een financiële crisis rechtstreeks tegenover elkaar komen te staan.

Een statutair bestuurder moet binnen dat krachtenveld zijn eigen bestuurlijke afweging blijven maken en zich richten op het vennootschapsbelang.

Ook de benoeming van een bestuurder is formeel geregeld. Bij een BV vindt die in beginsel plaats door de algemene vergadering, of – wanneer de statuten daarvoor ruimte bieden – door een daarin aangewezen vergadering van bepaalde aandeelhouders.

De juridische constructie rond tijdelijk crisisbestuur verdient daarom evenveel aandacht als de persoon die de functie gaat vervullen.

Besturen in zwaar weer betekent ook naar de schuldeisers kijken

Naarmate financiële problemen ernstiger worden, verandert bovendien het speelveld waarin bestuurders opereren.

Cash is schaars. Niet iedere rekening kan op hetzelfde moment worden voldaan. Nieuwe verplichtingen moeten worden aangegaan terwijl onzeker is hoe de situatie zich ontwikkelt. Financiers kunnen aanvullende voorwaarden stellen en schuldeisers kunnen incassomaatregelen nemen.

Juist dan moeten beslissingen zorgvuldig worden onderbouwd.

Het simpele doel “het bedrijf redden” is juridisch en bedrijfseconomisch onvoldoende.

De relevante vraag is of er een realistisch perspectief bestaat op herstel en welke route voor de onderneming en haar stakeholders verantwoord is.

Dat kan voortzetting zijn.

Maar soms blijkt na analyse dat slechts een deel van de onderneming levensvatbaar is. Dan kan verkoop van activiteiten, afstoting van onderdelen of een gecontroleerde beëindiging rationeler zijn dan koste wat kost doorgaan.

Goed crisismanagement onderscheidt herstel van uitstel.

Een onderneming die iedere maand structureel geld verliest, wordt niet levensvatbaar doordat een schuldeiser drie maanden langer wacht.

Herstructureren begint bij de oorzaak van het probleem

Een onderneming in zwaar weer heeft vaak zichtbare symptomen: te weinig cash, hoge schulden of betalingsachterstanden.

Maar die symptomen vertellen nog niet waarom het probleem is ontstaan.

Dat onderscheid is essentieel.

Wanneer een levensvatbare onderneming vooral gebukt gaat onder een te zware financieringslast, kan een financiële herstructurering voldoende zijn.

Wanneer de onderneming verliesgevend is doordat het businessmodel structureel niet meer werkt, verschuift het probleem. Schulden saneren zonder de operatie te veranderen creëert dan slechts tijdelijk lucht.

Daarom moet een serieuze bedrijfsherstructurering meerdere niveaus tegelijk onderzoeken: liquiditeit, balans en financiering, operationele prestaties, commerciële levensvatbaarheid, juridische verplichtingen en governance.

Ook in de turnaroundpraktijk wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen symptomen en achterliggende oorzaken. Cashflow is essentieel, maar uiteindelijk moet worden vastgesteld waarom de kasstromen zijn verslechterd en welke operationele of strategische verandering nodig is om dat te herstellen.

Daarmee wordt ook duidelijk waarom alleen kosten besparen zelden een volledige turnaroundstrategie is.

Een onderneming kan zichzelf niet gezond bezuinigen wanneer er fundamenteel onvoldoende marge, omzet of onderscheidend vermogen overblijft.

Wanneer schulden zelf het herstel onmogelijk maken

Er zijn ook ondernemingen waarvan de kernactiviteiten nog levensvatbaar zijn, maar waarvan de historische schuldenlast herstel blokkeert.

Nederland kent daarvoor sinds 1 januari 2021 een belangrijk herstructureringsinstrument: de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA).

Via een WHOA-traject kan een onderneming een akkoord voorbereiden waarin schulden en soms andere verplichtingen worden geherstructureerd. Wanneer aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan, kan de rechtbank het akkoord homologeren. Betrokken schuldeisers en aandeelhouders kunnen daardoor onder omstandigheden ook aan het akkoord worden gebonden wanneer zij niet allemaal vrijwillig instemmen.

De WHOA is daarmee geen algemene ontsnappingsroute voor ieder bedrijf met schulden.

De wet is juist bedoeld om herstructurering mogelijk te maken wanneer een onderneming door haar schulden dreigt failliet te gaan en een akkoord een alternatief kan bieden voor faillissement. De regeling kan bovendien ook worden gebruikt voor een gecontroleerde afwikkeling wanneer daarmee voor schuldeisers een beter resultaat kan worden bereikt dan via faillissement.

Een crisisbestuurder moet daarom niet alleen weten dát de WHOA bestaat, maar vooral kunnen beoordelen welk probleem moet worden opgelost.

Is de operatie levensvatbaar maar de balans niet? Dan kan financiële herstructurering centraal staan.

Is de onderneming operationeel structureel verliesgevend? Dan zal eerst de onderneming zelf moeten veranderen.

Onafhankelijkheid wordt vooral belangrijk wanneer belangen uiteenlopen

In een crisis wordt vaak gesproken over snelheid en daadkracht.

Minstens zo belangrijk is onafhankelijkheid.

Niet omdat een onafhankelijk bestuurder geen belangen hoeft af te wegen, maar juist omdat hij dat wél moet doen.

Een onderneming in zwaar weer bevindt zich vaak midden in een netwerk van tegengestelde belangen. Aandeelhouders kunnen extra financiering weigeren. Banken willen risico reduceren. Leveranciers verkorten betalingstermijnen. Medewerkers vrezen reorganisatie. Klanten willen zekerheid over toekomstige levering.

Wanneer het bestaande bestuur bovendien zelf partij is in een aandeelhoudersconflict of discussie over eerder gevoerd beleid, kan onafhankelijke besluitvorming extra waarde krijgen.

Binnen de SeQuestor-benadering staat daarom niet alleen financieel herstel centraal, maar ook het herstellen van bestuurbaarheid: duidelijke verantwoordelijkheden, betrouwbare informatie, besluitvorming die wordt vastgelegd en een governance-structuur waarin helder is wie bevoegd is om welke beslissing te nemen. De eigen positionering van SeQuestor noemt daarbij onder meer onafhankelijk toezicht, bewaring van rechten en tijdelijk interim-bestuur als mogelijke rollen.

Dat is een wezenlijk ander vraagstuk dan traditioneel organisatieadvies.

Een crisisbestuurder kan geen faillissement garanderen te voorkomen

Bij ondernemingen in financiële problemen is taal belangrijk.

“Faillissement voorkomen” is een begrijpelijke doelstelling, maar het kan nooit als vanzelfsprekend resultaat worden gepresenteerd.

Sommige ondernemingen zijn levensvatbaar en kunnen met tijdig ingrijpen worden hersteld. Bij andere ondernemingen is de economische schade al te groot of ontbreekt een duurzaam verdienmodel.

Goed crisisbestuur betekent daarom niet dat voortzetting altijd de uitkomst moet zijn.

Soms bestaat waardeherstel uit reorganiseren en doorgaan.

Soms uit verkoop.

Soms uit een akkoord met schuldeisers.

En soms is een beheerste beëindiging beter dan maandenlang verlies financieren in de hoop dat de situatie vanzelf verandert.

Die nuchterheid is belangrijk, juist wanneer een onderneming onder grote druk staat.

De grootste fout is vaak te laat veranderen hoe de onderneming wordt bestuurd

Financiële problemen beginnen meestal eerder dan het moment waarop een onderneming haar rekeningen niet meer kan betalen.

Dalende marges, oplopend werkkapitaal, herhaaldelijk niet halen van prognoses, structurele overschrijding van kredietlimieten en voortdurende behoefte aan extra financiering zijn allemaal signalen dat de financiële bewegingsruimte afneemt.

Het bestuur heeft in die fase nog één bijzonder waardevol bezit: keuzeruimte.

Hoe langer maatregelen worden uitgesteld, hoe kleiner die ruimte meestal wordt.

Een schuldeiser kan beslag leggen. Een financier kan voorwaarden aanscherpen. Een leverancier kan leveringen staken. Een belangrijke medewerker kan vertrekken. De kaspositie kan verder verslechteren.

Uiteindelijk worden beslissingen die eerst vrijwillig konden worden genomen afgedwongen door omstandigheden.

Daarom is vroeg ingrijpen bij een onderneming in zwaar weer niet alleen een kwestie van sneller kosten besparen.

Het betekent vooral dat tijdig wordt onderzocht of de bestaande combinatie van strategie, financiering én bestuur nog geschikt is voor de situatie waarin de onderneming terecht is gekomen.

Een SeQuestor kan binnen zo’n proces een rol krijgen wanneer onafhankelijk crisismanagement, tijdelijke bestuurlijke regie of een gecontroleerde ondernemingsherstructurering nodig is.

Maar de essentie ligt niet in de titel.

De essentie ligt in het moment waarop een onderneming erkent dat gewone bestuursvoering niet langer voldoende is voor een buitengewone situatie.

Wie dat moment vroeg herkent, heeft doorgaans meer mogelijkheden om te herstructureren, met schuldeisers afspraken te maken, waarde te behouden en – wanneer de onderneming daadwerkelijk levensvatbaar is – een faillissement te voorkomen.