Welke situaties kunnen leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder?

Hieronder worden situaties genoemd die kunnen leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders. Deze lijst is gebaseerd op aanspraken die in de praktijk regelmatig hebben plaatsgevonden.

Dit is echter geen limitatieve opsomming. Het is afhankelijk van de specifieke, individuele situatie of een claim door de rechter wordt toegewezen c.q. of er dekking is op de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering.

  1. Ten aanzien van de boekhouding: Nalaten een boekhouding bij te houden, niet of te laat opmaken van de jaarrekening en nalaten te zorgen voor de eventuele publicatie, in het jaarverslag een misleidende voorstelling geven van de positie van de vennootschap.
  2. Het niet tijdig melden van betalingsonmacht aan de fiscus, bedrijfsvereniging en bedrijfs(tak)pensioenfonds (Tweede Misbruikwet).
  3. Het zonder behoorlijke voorbereiding nemen van beslissingen met verregaande financiële consequenties, zonder aandacht te besteden aan het behoorlijk op schrift stellen van gemaakte afspraken.
  4. Het aangaan van voor de rechtspersoon nadelige verplichtingen terwijl een faillissement op korte termijn niet ondenkbaar is.
  5. Het verwaarlozen van de kredietbewaking.
  6. In situaties van dreigende betalingsonmacht crediteuren van de rechtspersoon selectief betalen.
  7. Het negeren van tegenstrijdige belangen van een bestuurder – zakelijk of privé.
  8. Het stellen van onevenredig grote zekerheden ten behoeve van financiers of het ongunstig vervreemden van activa.Het niet of niet op tijd informeren van aandeelhouders en commissarissen over ontwikkelingen die voor hen van belang zijn.
  9. Handelen in strijd met het doel van de rechtspersoon zoals genoemd in de statuten.
  10. Onvoldoende deskundigheid of besluiteloosheid van bestuurders. Zoals het niet aanvragen van het faillissement van de rechtspersoon, terwijl duidelijk is of behoort te zijn dat de rechtspersoon de verplichtingen niet meer kan nakomen.
  11. Het verstrekken van financieringen aan derden, bestuurders of aandeel-houders zonder daarvoor zekerheid te vragen.
  12. Het aangaan van verplichtingen waarvan bekend is of bekend moet zijn dat de rechtspersoon ze niet kan nakomen.
  13. ‘Zwart’ ontvangen en ‘zwart’ betalen van bedragen (incl. lonen).
  14. Het abrupt ontvlechten van deelnemingen waarbij de solvabiliteit en liquiditeit met een verhoudingsgewijs uitzonderlijk hoog bedrag verminderd wordt.
  15. Persoonlijk verrijking ten nadele van de vennootschap en het onttrekken van gelden uit de vennootschap voor eigen gewin.
Menu