Mismanagement & wanbeleid

Onderzoek heeft aangetoond dat wanbeleid en mismanagement de meest voorkomende oorzaken zijn bij faillissementen.

Wanbeleid, “kennelijk onbehoorlijk bestuur” en mismanagent zijn in feite de gedragingen van een bestuurder die onverenigbaar zijn met handelen naar goed koopmansgebruik.

Met andere woorden, aanrommelen en een bedrijf leiden zonder gedegen ondernemingsplan en zonder heldere doelstellingen.

Kortom het is een vorm van ondernemen die niet constructief is en tegen de belangen en de doelstelling van de vennootschap indruisen.

Wanbeleid en kennelijk onbehoorlijk bestuur zijn negatieve en contra productieve gedragingen die haaks staan op het goed ondernemerschap en het professioneel besturen van een organisatie.

In de regel worden er dan geen of onvoldoende belangen gediend van de vennootschap als geheel en zijn tevens nadelig voor alle stakeholders.

Als na een faillissement door de curator kan worden aangetoond dat er sprake is van eigen belang van de bestuurder zijn de rapen gaar.

Het zijn niet uitsluitend de materiële belangen maar ook immateriële belangen zoals bijvoorbeeld een te snelle en onverantwoorde groei van de organisatie.

Maar ook de onderneming overladen met exorbitante schulden en leningen waarvan men op voorhand weet dat deze niet terugbetaald kunnen worden.

Wanbeleid en kennelijk onbehoorlijk bestuur zijn ook het niet onderkennen van waarschuwingssignalen van derden, waaronder de accountant tegen onverantwoorde financiële risico’s en privé uitgaven.

Ook het met de voeten treden van wet- en regelgeving is wanbeleid en mismanagement. Wanbeleid leidt in de meeste situaties tot bestuurdersaansprakelijkheid en onbehoorlijk bestuur.

Wij geven onderstaand enkele voorbeelden van wanbeleid die in vele en diverse situaties zich voordoen.;

  1. Geen of onvoldoende grip op de financiële situatie.
  2. Geen of onvoldoende grip op de debiteuren en openstaande facturen.
  3. Geen grip onvoldoende grip op de crediteuren positie.
  4. Geen of onvoldoende grip en administratieve organisatie.
  5. Geen of onvoldoende grip interne en externe verkooporganisatie. Geen of onvoldoende grip op de bedrijfsvoering.
  6. Te snelle groei van de onderneming
  7. Het aantrekken van financiering en d overfinanciering
  8. Onvoldoende in zicht in de (on)kostenbeheersing.
  9. Onverantwoord hoge privé uitgaven.
  10. Onverantwoorde bedrijfsovername.
  11. Bewust financiële verplichtingen aangaan die niet nagekomen kunnen worden
  12. Het financieel uithollen van de onderneming.
  13. Handelingen waarvan met kon weten dat daardoor de continuïteit van de organisatie in gevaar zou kunnen komen.

Wanbeleid en onbehoorlijk bestuur leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid.

Iedere curator zal onderzoek doen naar het functioneren van de statutair directeur. Ook zal de curator onderzoek doen naar de aanleiding van het faillissement.

Voor een curator is om te beginnen iedere bestuurder een potentiele verdachte. Met argwaan wordt er gekeken naar de achtergronden van het faillissement en wat de werkelijk reden is van een faillissement.

Zodra een curator kan aantonen dat er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuurd, of wanbeleid zal onmiddellijk de curator de bestuurder (directeur) in privé aansprakelijk stellen voor de het deficit (het tekort) van alle schulden in de vennootschap.

De Belastingdienst heeft ook de mogelijkheid bestuurders in privé aansprakelijk te stellen wegens wanbeleid. Dat komt met name als de bestuurder geen melding heeft gemaakt van betalingsachterstanden.

Op grond van een zo genaamd wettelijk vermoeden van onbehoorlijk bestuur kan de belastingdienst dan vrij snel een schadeclaim bij de bestuurder neerleggen ten bedrage van de niet of niet tijdig gemelde belastingachterstanden.

Menu